Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
L'entourage
01
naaste kring, entourage
les personnes proches d'une autre (famille, amis, collègues) qui l'accompagnent ou l'influencent
grammaticale informatie
bezieldheidsstatus
mens
morfologische samenstelling
samenstelling
telbaar
geslacht
mannelijk
Voorbeelden
Son entourage l'a soutenu pendant sa maladie.
Zijn omgeving steunde hem tijdens zijn ziekte.



























