cicatriser
ci
si
si
cat
kat
kat
ri
ʁi
ri
ser
ze
ze
rediffuserferronnierredémarrerquadrupler

Definitie en betekenis van "cicatriser"in het Frans

cicatriser
01

litteken vormen, genezen

guérir une blessure en formant une cicatrice 
cicatriser definition and meaning
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
afgeleid
actiewerkwoord
hulpwerkwoord
avoir
1e persoon enkelvoud
cicatrise
1e persoon meervoud
cicatrisons
1e persoon toekomende tijd
cicatriserai
onvoltooid deelwoord
cicatrisant
voltooid deelwoord
cicatrisé
1e persoon meervoud imperfectum
cicatrisions
Voorbeelden
La plaie commence à cicatriser après une semaine. 

De wond begint na een week te genezen.

LanGeek
Download de App
langeek application

Download Mobile App

App Store