Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
Hearth
01
haard, open haard
an open area at the base of a chimney used for building a fire
grammaticale informatie
bezieldheidsstatus
onbezield
morfologische samenstelling
enkelvoudig
telbaar
meervoudsvorm
hearths
Voorbeelden
The hearth was lined with brick for safety.
De haard was om veiligheidsredenen met baksteen bekleed.
02
haard, open haard
the fireplace as a symbol of home or family
Voorbeelden
The soldiers longed for the safety of hearth and home.
De soldaten verlangden naar de veiligheid van de haard en thuis.
03
haard, vuurplaats
an area, usually paved, immediately in front of a fireplace, often extending into a room
Voorbeelden
Sparks flew onto the hearth when the fire crackled.
Vonken vlogen op de haard toen het vuur knetterde.



























