Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
to guess
01
raden, vermoeden
to estimate or form a conclusion about something without sufficient information to verify its accuracy
Transitive: to guess sth
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
enkelvoudig
actiewerkwoord
regelmatig
tegenwoordige tijd
guess
3e persoon enkelvoud
guesses
onvoltooid deelwoord
guessing
onvoltooid verleden tijd
guessed
voltooid deelwoord
guessed
Voorbeelden
Let's play a game where you guess the movie from a single screenshot.
Laten we een spel spelen waarbij je de film moet raden aan de hand van een enkele screenshot.
1.1
raden, veronderstellen
to make a correct guess about something, particularly one that solves or answers something
Transitive: to guess an answer or solution
Voorbeelden
She guessed the answer to the riddle correctly.
Ze heeft het antwoord op de raadsel correct geraden.
02
raden, vermoeden
to consider something as true without being sure
Transitive: to guess that
Voorbeelden
I guess it might rain later, so bring an umbrella.
Ik denk dat het later misschien gaat regenen, dus neem een paraplu mee.
01
gissing, schatting
an attempt to give an answer without having enough facts
Voorbeelden
Sarah made a guess about the number of jellybeans in the jar at the fair.
Sarah maakte een gok over het aantal jellybeans in de pot op de kermis.
02
gissing, vermoeden
a statement or opinion made based on limited information or speculation
grammaticale informatie
bezieldheidsstatus
abstract
morfologische samenstelling
enkelvoudig
telbaar
meervoudsvorm
guesses
Lexicale Boom
guesser
guessing
guess



























