Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
to greet
01
groeten, verwelkomen
to give someone a sign of welcoming or a polite word when meeting them
Transitive: to greet sb
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
enkelvoudig
actiewerkwoord
regelmatig
tegenwoordige tijd
greet
3e persoon enkelvoud
greets
onvoltooid deelwoord
greeting
onvoltooid verleden tijd
greeted
voltooid deelwoord
greeted
Voorbeelden
People commonly greet each other with a friendly "hello" or a warm smile.
Mensen groeten elkaar meestal met een vriendelijk "hallo" of een warme glimlach.
02
verwelkomen, groeten
to acknowledge or respond to something in a particular manner or attitude
Transitive: to greet sth in a specific manner
Voorbeelden
She greeted the news of her promotion with a smile and a sense of pride.
Ze begroette het nieuws van haar promotie met een glimlach en een gevoel van trots.
03
verwelkomen, begroeten
to become noticeable or apparent to someone as they enter a place
Transitive: to greet sb
Voorbeelden
As I entered the room, the sound of laughter greeted me from across the hall.
Toen ik de kamer binnenkwam, begroette het geluid van gelach me van de andere kant van de hal.
Lexicale Boom
greeter
greeting
greet



























