con
con
kɑn
kaan
/kˈɒn/

Definitie en betekenis van "con"in het Engels

to con
01

bedriegen, oplichten

to deceive someone in order to deprive them of something, such as money, property, or information
Transitive: to con sb
to con definition and meaning
Voorbeelden
She conned her romantic partner by fabricating a sob story to borrow money that she never intended to repay.
Ze bedroog haar romantische partner door een zielig verhaal te verzinnen om geld te lenen dat ze nooit van plan was terug te betalen.
02

iets grondig bestuderen of memoriseren, vooral door herhaling

to study or memorize something thoroughly, especially by repetition
Transitive: to con information
Voorbeelden
I need to con all these formulas before the math test tomorrow.
Ik moet al deze formules stampen voor de wiskundetoets morgen.
01

nadeel, minpunt

a disadvantage or negative aspect of a situation or decision
Voorbeelden
One con of social media is that it can be time-consuming and sometimes negatively impacts mental health.
Een nadeel van sociale media is dat het tijdrovend kan zijn en soms een negatieve invloed heeft op de geestelijke gezondheid.
02

zwendel, bedrog

a swindle in which someone is cheated or deceived for another's gain
Voorbeelden
They were involved in a confidence trick, a classic con.
Ze waren betrokken bij een zwendel met vertrouwen, een klassieke zwendel.
03

gevangene, gedetineerde

an individual currently serving time in jail or prison
Voorbeelden
The con had served five years for robbery.
De gevangene had vijf jaar uitgezeten voor overval.
01

tegen, in oppositie

against an opinion or proposition
Voorbeelden
Panelists debated con and pro the new policy.
De panelleden debatteerden con en pro het nieuwe beleid.
LanGeek
Download de App
langeek application

Download Mobile App

App Store