Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
number out of pocket
01
{bedrag} verlies op zak, {bedrag} kwijtraken
used to say that an amount of money was lost due to a transaction
Dialect
British
idiom
Voorbeelden
He had made unwise land purchases, and found himself several thousand dollars out of pocket.
De terugbetaling dekte de kosten niet, dus we hadden 80 dollar verlies op zak.
number out of one's own pocket
01
uit eigen zak, zelf betaald
used for saying that a cost is paid by a person themselves instead of an organization or fund
idiom
Voorbeelden
Due to a delay in reimbursement from the company, he was $1,000 out of pocket for the business trip expenses.
Leraren kopen vaak klasbenodigdheden uit eigen zak.
out of pocket
01
ongepast, onbehoorlijk
behaving or speaking in a wild, extreme, or inappropriate way, often crossing social norms
slang
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
samenstelling
kwalitatief
overtreffende trap
most out of pocket
vergrotende trap
more out of pocket
gradueerbaar
Voorbeelden
His behavior was out of pocket, even for him.
Zijn gedrag was buiten de pot gegooid, zelfs voor hem.



























