Zoeken
Selecteer de woordenboektaal
to jump on
01
springen op, hard bekritiseren
to harshly criticize someone for their actions
grammaticale informatie
morfologische samenstelling
frasal
actiewerkwoord
regelmatig
onscheidbaar
partikel
on
basiswerkwoord
jump
tegenwoordige tijd
jump on
3e persoon enkelvoud
jumps on
onvoltooid deelwoord
jumping on
onvoltooid verleden tijd
jumped on
voltooid deelwoord
jumped on
Voorbeelden
The politician was jumped on by the media for his controversial remarks.
De politicus werd door de media hard aangevallen vanwege zijn controversiële opmerkingen.
02
opspringen op, klimmen op
to climb onto something or someone, often for a ride or to access a higher location
Voorbeelden
The kids wanted to jump on the horse's back for a ride.
De kinderen wilden op de rug van het paard springen voor een ritje.
03
instappen, opspringen
to board a plane, train, etc., for a quick travel
Voorbeelden
They decided to jump on a plane to visit their family over the weekend.
Ze besloten om in een vliegtuig te springen om hun familie in het weekend te bezoeken.



























