Zoeken
früh
[comparative form: früher][superlative form: frühesten]
01
vroeg, voortijdig
Vor der erwarteten Zeit
Voorbeelden
Wir müssen morgen früh losfahren.
We moeten morgenochtend vroeg vertrekken.
02
vroeger, voormalig
Aus einer vergangenen Epoche stammend
Voorbeelden
Das war in den frühen 90ern.
Dat was in het begin van de jaren 90.
03
vroeg
Eine erste oder beginnende Phase betreffend
Voorbeelden
Das ist ein frühes Stadium der Krankheit.
Dat is een vroeg stadium van de ziekte.


























